Spanningsveld ziekteverzuim en inhuur ZZP
Inhoud: In veel Nederlandse organisaties zijn de druk op het personeel en het ziekteverzuim hoger dan ooit. De arbeidsmarkt is gunstig voor werknemers, die gemakkelijk overstappen naar een nieuwe baan, wat resulteert in een constante behoefte aan inwerken en bijscholen van nieuwe medewerkers. Om de gaten in de bezetting op te vullen, zetten organisaties steeds vaker zzp’ers in.
Toch brengt deze flexibele inzet uitdagingen met zich mee: denk aan de kosten, een gebrek aan binding en het risico op schijnzelfstandigheid door de Wet DBA. Wat zijn de gevolgen van deze ontwikkelingen voor de ondernemingsraad (OR), en hoe kan de OR bijdragen aan een duurzame personeelsopbouw en een gezonde werkvloer?
1. Hoog ziekteverzuim: duurzame oplossingen verkennen
Het ziekteverzuim stijgt al jaren, vooral in sectoren waar de werkdruk hoog ligt. Vaak wordt verzuim veroorzaakt door langdurige stress, een tekort aan herstelmomenten en onvoldoende balans tussen werk en privé. De druk komt hierdoor nog zwaarder op de schouders van het overgebleven personeel te liggen, wat de vicieuze cirkel van ziekteverzuim in stand houdt.
Voor de MR is het essentieel om signalen van werkdruk en ziekteverzuim vroegtijdig op te vangen en bespreekbaar te maken. Het inzetten op preventieve maatregelen, zoals verbeterde werkroosters, extra pauzemomenten en trainingen in stressmanagement, kan uitval op de lange termijn helpen voorkomen. Bovendien kan de MR meedenken over beleidsmaatregelen voor duurzame inzetbaarheid die aansluiten bij de behoeften van zowel medewerkers als de school.
2. Toenemende zzp-inhuur: risico’s van schijnzelfstandigheid en kosten
Door de krapte op de arbeidsmarkt huren bedrijven steeds vaker zzp’ers in om het tekort aan personeel op te vangen. Aan deze flexibele schil kleven echter risico’s. Allereerst zijn er de directe kosten van inhuur: een zzp’er kost vaak meer dan een vaste kracht. Daarnaast kan een overmatige afhankelijkheid van zzp’ers de continuïteit van de organisatie onder druk zetten, omdat veel externe krachten weinig binding hebben met het bedrijf en kennisverlies bij vertrek problematisch kan zijn.
Een belangrijke taak voor de OR is het bewaken van een gezond evenwicht tussen vast personeel en flexibele krachten. Zo kan de OR ervoor pleiten dat kennisoverdracht tussen zzp’ers en vaste medewerkers systematisch wordt vastgelegd. Daarnaast kan de OR het gesprek aangaan met de directie over de structurele inzet van zzp’ers, met name in functies die feitelijk een vast dienstverband vereisen. Dit raakt aan de Wet DBA, die als doel heeft schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Het niet naleven van deze wet kan het bedrijf kwetsbaar maken voor juridische en financiële risico’s, een belangrijk punt voor de OR om mee te nemen in het overleg.
3. Wet DBA: aandacht voor schijnzelfstandigheid
De Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) is bedoeld om te voorkomen dat zzp’ers als schijnzelfstandigen worden ingezet in wat eigenlijk loondienstfuncties zijn. Voor de OR is het belangrijk om na te gaan of het bedrijf voldoende aandacht besteedt aan deze wet. Werken zzp’ers langdurig en in vaste roosters? Hebben zij weinig ruimte om hun werk zelfstandig in te richten? In dat geval loopt de organisatie mogelijk het risico op schijnzelfstandigheid. Het is van belang om hierover het gesprek aan te gaan met de directie om zo zowel de zzp’ers als de organisatie zelf te beschermen tegen juridische gevolgen.